Wat de yogafilosofie ons leert over gehechtheid, verlangen en de angst om iets te verliezen.
Ken je dat gevoel? Je hebt het fijn. Je zit lekker in je vel, bent gelukkig met iemand of geniet van een periode waarin alles op zijn plek lijkt te vallen. En ergens, misschien heel even, denk je: als dit toch eens zo kon blijven. Op zichzelf is dat een heel menselijke gedachte. Natuurlijk willen we vasthouden aan wat ons gelukkig maakt. We willen graag bij de mensen zijn van wie we houden, genieten van fijne momenten en het liefst zo lang mogelijk blijven in een situatie waarin we ons prettig voelen. Maar wat gebeurt er als genieten langzaam verandert in vasthouden? Als we niet alleen blij zijn met wat er is, maar ook bang worden om het kwijt te raken? Daar raakt deze menselijke ervaring aan een belangrijk thema uit de yogafilosofie: gehechtheid.
Waarom we ons hechten aan wat fijn is
In de Yoga Sutra’s van Patanjali wordt gehechtheid rāga genoemd. Yoga Sutra 2.7 beschrijft hoe gehechtheid voortkomt uit prettige ervaringen. We ervaren iets als fijn en willen dat gevoel graag opnieuw beleven.
Dat klinkt heel logisch. Als iets ons gelukkig maakt, willen we er meer van. Een fijne relatie, een warm thuis, waardering van anderen, succes in ons werk of gewoon een rustige dag waarop alles lijkt te kloppen. We onthouden hoe prettig het voelde en verlangen ernaar terug. We hopen dat het blijft en proberen soms zelfs te voorkomen dat er iets verandert. Daar is op zichzelf niets mis mee. Het wordt ingewikkelder wanneer we het fijne niet meer alleen willen ervaren, maar het ook willen vasthouden. Wanneer we verwachten dat het blijft zoals het is en onrustig worden bij de gedachte dat dat misschien ooit niet zo zal zijn.
Denk maar eens aan een mooie vakantie. Je geniet van de zon, de rust en het gevoel dat je nergens hoeft te zijn. Maar op de achtergrond weet je dat je over een paar dagen weer naar huis gaat. Soms begint het verlangen naar de volgende vakantie al voordat de huidige voorbij is. Je bent er nog, maar een deel van je aandacht is al bezig met het moment waarop het afgelopen zal zijn. Zo kan de wens om iets fijns vast te houden er ongemerkt voor zorgen dat we minder genieten van wat er op dit moment is.
Gehechtheid is meer dan iets graag willen
Yoga Sutra 2.3 benoemt vijf kleśa’s: factoren die ons denken en ervaren kunnen vertroebelen en zo bijdragen aan innerlijke onrust en lijden. Eén daarvan is rāga, gehechtheid.
De andere vier zijn avidyā (het niet helder zien van de werkelijkheid), asmitā (ons identificeren met wie we denken te zijn), dveṣa (afkeer) en abhiniveśa (de sterke drang om vast te houden aan het leven en het vertrouwde).
Deze vijf hangen met elkaar samen. We zien iets als prettig, raken eraan gehecht en willen het behouden. Wanneer het dreigt te veranderen, kan angst ontstaan. We verzetten ons tegen de verandering en raken verstrikt in gedachten over wat we dreigen te verliezen.
Gehechtheid gaat dus niet alleen over spullen of bezit. We kunnen ons ook hechten aan een bepaalde levensfase, aan hoe iemand ons ziet, aan onze rol binnen een relatie of aan het beeld dat we van ons eigen leven hebben. Misschien ben je gewend om degene te zijn die alles regelt. Of je ontleent veel zekerheid aan je werk, je relatie of de plek waar je woont. Wanneer daarin iets verandert, kan het voelen alsof je niet alleen iets verliest, maar ook een stukje van jezelf. En daar kan gehechtheid ons behoorlijk in de weg zitten.
Wanneer vasthouden onrust geeft
Stel dat je een fijne relatie hebt. Je voelt je verbonden, kunt jezelf zijn en geniet van de tijd die jullie samen doorbrengen. Maar je bent ook bang om die verbinding te verliezen. Je piekert wanneer de ander wat stiller is dan anders, zoekt bevestiging of probeert ervoor te zorgen dat alles goed blijft gaan. Je wilt de relatie beschermen, maar ondertussen ben je voortdurend bezig met wat er mis zou kunnen gaan.
Of denk eens aan een periode waarin je leven prettig en vertrouwd voelt. Je hebt je draai gevonden, weet waar je aan toe bent en voelt je op je plek. Dan verandert er iets. Een situatie loopt anders dan verwacht, een vertrouwde gewoonte valt weg of je merkt dat je behoeften veranderen. Je kunt proberen alles weer te krijgen zoals het was. Je blijft zoeken naar de oude situatie, omdat je weet hoe fijn die voelde. Soms verandert er zoveel dat teruggaan niet mogelijk is. En dan ontdek je gaandeweg dat wat vroeger bij je paste, nu niet meer helemaal aansluit bij wat je nodig hebt.
Dat kan verdrietig en ongemakkelijk zijn. We weten vaak liever waar we aan toe zijn dan dat we ons moeten verhouden tot iets nieuws. De pijn, het verdriet dat we ervaren zit dan niet alleen in de verandering zelf, maar ook in onze strijd ertegen. In het verlangen dat het anders was, in de angst voor wat er komt en in het steeds vergelijken van het nu met hoe het vroeger was.
Dat betekent niet dat we ons verdriet zomaar kunnen uitschakelen. Het betekent wel dat we kunnen onderzoeken hoeveel extra onrust ontstaat doordat we de werkelijkheid niet willen laten zijn zoals die op dit moment is.
Betekent dit dat we minder moeten liefhebben?
Nee. En dat is misschien wel het belangrijkste om te begrijpen.
De yogafilosofie vraagt ons niet om afstandelijk te worden, ons nergens meer aan te verbinden of te doen alsof verlies ons niets doet. We mogen intens van iemand houden. We mogen genieten van ons huis, onze vriendschappen, ons werk en de dingen die ons leven betekenis geven. We mogen ergens naar verlangen en hopen dat mooie dingen blijven bestaan.
Het verschil zit in de ruimte die we laten voor verandering.
Kun je van iemand houden zonder te denken dat je diegene altijd bij je moet kunnen houden? Kun je genieten van een fijne periode zonder de zekerheid nodig te hebben dat die nooit eindigt? Kun je gelukkig zijn met wat je hebt, terwijl je weet dat het leven niet volledig te voorspellen is? Eigenlijk is één ding zeker, verandering zal er komen.
Dat betekent niet dat je nergens meer om geeft. Juist omdat iets waardevol voor je is, doet het pijn wanneer het verandert of verdwijnt.
Liefde en gehechtheid zijn niet hetzelfde. Je kunt veel van iemand houden en genieten van alles wat jullie samen delen, zonder dat je de ander voortdurend nodig hebt om je goed te voelen.
Bij gehechtheid kan er iets anders gebeuren. Je wordt bang om te verliezen wat je hebt. Je wilt zeker weten dat de ander bij je blijft, dat jullie relatie hetzelfde blijft of dat de fijne momenten niet verdwijnen. Je zoekt bevestiging, maakt je zorgen over wat er mis kan gaan of probeert de situatie onder controle te houden. Daardoor ben je niet meer alleen aan het genieten van wat er is. Een deel van je aandacht gaat voortdurend uit naar de vraag of het wel zo blijft.
Je zit bijvoorbeeld op de bank met iemand van wie je houdt. Het is fijn, je voelt je verbonden en je geniet van het moment. Maar ondertussen vraag je je af of het altijd zo zal blijven. Wat als er iets verandert? Wat als je elkaar ooit kwijtraakt?
Je bent nog steeds samen op de bank, maar in gedachten ben je al bezig met een mogelijk verlies.
Dat is het verschil: liefde laat je genieten van wat er is, terwijl de angst om het te verliezen je ervan kan weerhouden om er echt van te genieten.
Lees dat nog maar eens. Eigenlijk heel simpel.
Je hoeft niet alles vast te houden om ervan te genieten
Ken je dat, dat je iets fijns meemaakt en tegelijkertijd hoopt dat het nooit voorbijgaat? Dat je zo graag wilt dat alles blijft zoals het is, dat je er bijna niet meer ontspannen van kunt genieten? Dat doen we dat allemaal weleens. We willen nou eenmaal graag zekerheid over de toekomst, terwijl we die nooit helemaal kunnen krijgen. We willen dat mensen blijven zoals we ze kennen, dat situaties niet veranderen en dat fijne gevoelens zo lang mogelijk duren.
Maar het leven laat zich niet vastleggen. Mensen veranderen, omstandigheden verschuiven en ook wijzelf ontwikkelen ons.
Yoga nodigt ons uit om dat niet alleen met ons verstand te begrijpen, maar ook te onderzoeken in onze eigen ervaring.
Op de yogamat merk je misschien dat je een houding graag goed wilt uitvoeren. Je wilt dieper komen, langer blijven staan of bereiken wat gisteren nog niet lukte of wat gisteren óók lukte. Je kunt zo gericht raken op het resultaat dat je vergeet te voelen wat je lichaam op dit moment nodig heeft.
Wat gebeurt er als je die behoefte even loslaat? Als je niet probeert iets te bereiken, maar aandacht geeft aan wat er nu mogelijk is?
Misschien ontdek je dat je minder hoeft te forceren. Dat je kunt genieten van de houding zoals die vandaag is, zonder dat ze beter hoeft te worden. Dat is geen oplossing voor alle vormen van gehechtheid, maar wel een manier om te oefenen met een andere houding: aandacht hebben voor wat er is, zonder voortdurend te proberen het naar je hand te zetten.
Ook meditatie kan ons helpen om gehechtheid beter te herkennen. Wanneer je stilzit en je aandacht naar binnen richt, merk je misschien hoe vaak je geest ergens naar verlangt, vooruitloopt op wat nog moet komen of vasthoudt aan wat voorbij is. Misschien denk je aan een fijn moment dat je graag opnieuw zou willen beleven. Of maak je je zorgen over iets wat je niet wilt verliezen. In meditatie hoef je die gedachten niet weg te duwen of er iets mee te doen. Je oefent juist om ze op te merken en ze weer voorbij te laten gaan. Langzaam kun je ontdekken dat je niet iedere gedachte hoeft te volgen en niet ieder gevoel hoeft vast te houden. Je mag genieten van wat fijn is, zonder dat het altijd zo hoeft te blijven.
En misschien lukt het je daardoor ook steeds beter om in het dagelijks leven wat meer aanwezig te zijn bij wat er nú is.
Een kleine oefening in loslaten
Je hoeft niet meteen grote veranderingen in je leven aan te brengen om met dit thema aan de slag te gaan. Begin eens met iets kleins.
Neem een rustig moment en vraag jezelf af:
-
Wat vind ik op dit moment heel fijn in mijn leven?
-
Ben ik daar werkelijk van aan het genieten, of ben ik ook bezig met de angst om het kwijt te raken?
-
Waar probeer ik krampachtig controle over te houden?
-
Wat zou er veranderen als ik iets meer ruimte zou geven aan het feit dat niet alles hetzelfde hoeft te blijven?
Je hoeft niets weg te duwen en je hoeft jezelf nergens van te overtuigen. Het gaat er niet om dat je je minder gaat hechten of dat je ineens nergens meer bang voor bent.
Het begint met herkennen. Met opmerken wanneer genieten overgaat in controleren, wanneer verlangen verandert in onrust en wanneer je zoveel bezig bent met vasthouden dat je vergeet aanwezig te zijn.
Misschien kun je dan, al is het maar voor even, terugkeren naar wat er nu is.
Geniet van wat er is, zonder het krampachtig vast te houden
Yoga Sutra 2.3 en 2.7 nodigen ons uit om te onderzoeken hoe onze gehechtheid aan prettige ervaringen kan bijdragen aan onrust. Niet omdat fijne dingen verkeerd zijn, maar omdat we soms zoveel zekerheid willen dat we onszelf vastzetten.
We kunnen niet voorkomen dat het leven verandert. We kunnen niet garanderen dat alles wat ons dierbaar is altijd bij ons blijft. En we hoeven ook niet te doen alsof dat ons niets doet.
Wat we wel kunnen oefenen, is met meer aandacht aanwezig zijn bij wat er is. Genieten zonder voortdurend vooruit te kijken. Liefhebben zonder alles te willen beheersen. En erkennen dat iets waardevol kan zijn, ook wanneer we niet weten hoe lang het zal duren. En daar zit een belangrijke les: je hoeft niet minder van het leven te houden. Je mag leren om er met open armen in te staan.
Niet alles wat je dierbaar is, hoef je vast te houden om ervan te kunnen genieten.
Reactie plaatsen
Reacties